Ik heb het wat moeilijk geformuleerd dat ben ik met je eens. Ik maakte het ook onnodig moeilijk.

Maar nog een toevoeging over de term die nooit door Paulus gebruikt wordt maar wel door Johannes en daar een toelichting mijnerzijds over.
“Die de bruid heeft is de Bruidegom ” .
Joh. 3: 21.
Met Bruidegom, bedoelt hij ( Johannes)kennelijk de Heere Jezus.
Zichzelf noemt hij in dit vers” de vriend des Bruidegoms”.
Wie de bruid is wordt hier niet vermeld.
Waarom ook? De identiteit van de bruid is immers bekend!
De bruid zou het gelovige, wedergeboren, Israël zijn.
Doch het Israël van Zijn dagen zou nog moeten sterven.
De bijl lag aan de wortel van de boom.
De wortel van de vijgeboom. Johannes wist, dat hij in zijn leven de wedergeboorte van Israël niet meer zou meemaken, en rekent zich dus ook niet tot de bruid.
Hij is slechts”de vriend des Bruidegoms”.
De tweede keer, dat een bruid in het Nieuwe Testament genoemd wordt is in... Openbaring!
Ja, inderdaad.
Nergens in de brieven wordt er ooit over de bruid gesproken.
Niet in die van Paulus en zelfs niet in die van de andere apostelen zoals Petrus of Jakobus.
En ook de Heer Zelf heeft nooit gesproken over de bruid.
Pas in het laatste Bijbelboek, bij de vervulling en voltooiing (KaLaH) van de Schrift en de heilshistorie komt de bruid weer ter sprake:
“De stem eens bruidegoms en ener bruid zal in u (de stad Babylon) niet meer gehoord
worden.”
Op. 18: 23.
Dit vers noem ik slechts volledigheidshalve.
Want wat de betekenis ook is, het heeft niets van doen met de vereniging van de Heer en Israël of die van de Heer en de Gemeente.
Het gaat om Babel, en niet om Jeruzalem.
Wanneer bruid en bruidegom hier werkelijk ook overdrachtelijk bedoeld zijn, gaat het om de eenwording van staat en godsdienst, waarvan Babel altijd het type en de voorvechter is geweest.
“En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de
hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.
,
"Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams... en hij toonde mij de grote
stad, het heilige Jeruzalem...
Op. 21:2 en 9.
Deze verzen gebruiken het woord bruid voor de derde en vierde maal in het Nieuwe
Testament.
Het zijn tevens de enige twee verzen, waarin gezegd wordt wie of wat de bruid is.
Laten we ons dat toch vooral realiseren.
Dit zijn geen zorgvuldig geselecteerde Schriftplaatsen ter ondersteuning van een bepaalde theologie of persoonlijke mening.
Er bestaan eenvoudig geen andere schriftplaatsen, die over de bruid spreken.
In het hele Nieuwe Testament zijn het slechts deze twee.
En ze verklaren ten overvloede wie die bruid is.
Het is het nieuwe Jeruzalem.
Jeruzalem is de naam van “de stad Davids".
Het is de stad, waar de dynastie van David gevestigd is.
Waar de troon van David behoort te staan.
Het is in de eerste plaats de troon over Israël.
Jeruzalem is de hoofdstad van Israël.
En zowel in het Oude Testament als in Openbaring is Jeruzalem daarom de vertegenwoordigster van Israël.
Dit nieuwe Jeruzalem wordt hier in een visioen gezien in haar verschijning op de nieuwe aarde.
Op een nieuwe schepping! Het gaat om een wedergeboren aarde. Een wedergeboren Israël. En
dus ook om een wedergeboren stad. Een stad die een nieuwe schepping geworden is.