Een fenomeen of verschijnsel (van het Griekse φαινόμενον, phainomenon, iets wat gezien kan worden) is een observeerbare gebeurtenis. (Bron wiki)
De fenomenologische reductie werkt volgens een stappen plan:
1. De Epoché (opschorting). https://www.filosofie.nl/lexicon/epoche/ In de epoché schort je de buitenwereld op (tussen haakjes zetten). Je ontkent de buitenwereld niet, maar je schort je oordeel over de buitenwereld op.
2. Fenomenologische reductie an sich. In de reductie is wat er resteert: bewustzijnsinhoud. De fenomenen (verschijnselen) worden direct waargenomen. Het gaat om het onderstreepte woordje 'direct'. Je kunt uiteindelijk bemerken/opmerken dat het het denkvermogen is wat oordeelt (overal wat van vindt). De (geestelijke) staat van waarnemendheid kent niet zoiets als oordelen.
3. Eidetische (Eidos) reductie. https://www.studocu.com/nl-be/messages/ ... -uitleggen. Eidos (essentie) is een Oud-Grieks woord dat letterlijk 'vorm', 'uiterlijk' of 'gestalte' betekent.
Zoals de link aangeeft beschouwen we alles zoals het zich aan ons voordoet. Een tafel doet zich voor als een tafel, maar ook allerlei emoties welke zich bij ons voordoen bezien we zoals ze zich aan ons voordoen. Zo kom je tot de kern (eidos, essentie) van alles wat zich aan het bewustzijn toont.
4. Transcendentale reductie / Transcendentaal bewustzijn. https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=3110
Stap 4 is de uiteindelijke uitkomst: een bewustzijn van elke empirie ontdaan. Dan wordt door de mens op empirische (feitelijk niet-empirische) wijze bewustzijn ervaren. Het is de empirie zelf welke verhindert om bewustzijn te doorgronden. Je kunt dus op geen enkele wijze met het denkvermogen "bewustzijn" begrijpen, want het is middels het denkvermogen dat er empirie is opgebouwd in je leven.Het transcendentale bewustzijn, dat door Husserl het ‘transcendentale ego’ genoemd wordt, is bewustzijn dat geen spoor van materialiteit vertoont. Het heeft noch fysische, noch psychische eigenschappen. Het is ontdaan van alles wat in de ervaring (empirie) kan worden aangereikt. Het is een voor-empirisch bewustzijn. Transcendentaal betekent bij Husserl dus zoveel als voor-empirisch of onafhankelijk van de gewone ervaring. Niettemin heeft het transcendentale bewustzijn bij hem niet, zoals bij Kant, een zuiver formeel karakter. Het wordt wel degelijk ervaren, namelijk precies die van de activiteit van de zogenaamde fenomenologische reductie. In deze reductie toont het bewustzijn zich in zijn ware gedaante. In deze reductie verschijnt het bewustzijn zoals het werkelijk is
Taligheid staat het begrijpen ook alleen maar in de weg, in de link staat bijvoorbeeld " In deze reductie toont het bewustzijn zich in zijn ware gedaante". Ik begrijp de intentie van de auteur, maar strikt genomen is het een foute zin. Het zijn de fenomenen welke een gedaante hebben, bewustzijn heeft juist geen enkele gedaante. Bewustzijn verschijnt ook niet zoals er staat, bewustzijn maakt het verschijnen mogelijk maar is zelf geen verschijnsel.
Bewustzijn kun je op geen enkele manier waarnemen , het is het waarnemen zelf.