Er wordt hier veel met joden van het Khazaarse kaganaat gediscussieerd. En het dispuut met moslims in wat nu het Irak is, is misschien het eerste opgenomen dispuut van christenen met moslims. Veel debatten met moslims vind je op YouTube. Dat zijn met name de debatten van de christelijke apologeet en filosoof David Wood met verschillende van zijn prominente islamitische tegenstanders. De publieke debatten met joden zijn bijna niet te vinden.
De christelijke dogma van de Drie-eenheid is voor moslims het grootste struikelblok in het christendom. 1000 jaar geleden, in de 9de eeuw, was het niet anders. De filosoof Constantijn (later monnik Cyrillus) legt hier op een simpele en wijze manier de christelijke leer uit. Door alle eeuwen heen blijven hun daden en woorden actueel voor christenen.
Zie ook een andere vroegchristelijke dispuut met joden uit het leven van de heilige Sylvester paus van Rome viewtopic.php?p=323288#p323288
Tweede aandachtspunt is de heel andere historische en culturele context. Veel landen en volken die hier genoemd worden, bestaan niet meer of zien er nu heel anders uit dan toen. In veel gevallen komt het door massamoorden van de barbaarse veroveraars en de assimilatie van de onderworpen volken en de veroveraars zelf in de nieuwe omgeving. De wereld van toen zag er dus heel anders uit, maar de religieuze leer en verschillen van drie monotheïstische godsdiensten blijven nog steeds actueel.
Het leven en werken van Methodius en Constantijn, in het kloosterleven Cyrillus, de leraren en verlichters van de Slaven. Gedachtenis op 11 mei.
Ten tijde van de iconoclastische Griekse koningen Leo de Armeniër (1), Michaël Traulos of Psellos (2), en daarna de zoon van Michaël - Theophilus (3), woonde in de stad Thessaloniki, in Macedonië, een nobele en rijke edelman met de titel van een soldaat-centurion genaamd Leo. Zijn vrouw heette Maria. Hij leefde vroom en vervulde alle geboden van God, zoals Job dat ooit deed. Ze hadden zeven zonen: de oudste heette Methodius en de jongste was Constantijn, in het kloosterleven Cyrillus.
Heilige Methodius diende eerst als militair, net als zijn vader. De koning, die hem als een goede krijger had leren kennen, benoemde hem tot gouverneur in een Slavisch vorstendom, Slavinië, dat onder de Griekse rijk stond. Dit gebeurde naar goeddunken van God en zodat Methodius de Slavische taal beter kon leren als een toekomstige geestelijke leraar en herder van de Slaven.
Na ongeveer 10 jaar in de rang van officier te hebben doorgebracht en de ijdelheid van het wereldse leven te hebben begrepen, begon Methodius te verlangen om al het aardse op te geven en zijn gedachten op het hemelse te richten. Bovendien begon de iconoclastische koning Theophilus in die tijd een vervolging tegen de heilige iconen. Deze vervolging toonde aan Methodius nog meer de ijdelheid van het wereldse leven, en, na de militaire dienst en alle geneugten van de wereld te hebben verlaten, ging hij naar het klooster op de berg Olympus (4), waar hij met grote onderdanigheid en gehoorzaamheid de kloostergeloften vervulde, terwijl hij de heilige boeken bestudeerde.
De zalige Constantijn, de jongste van de zonen van Leo, toonde al in de kindertijd iets wonderbaarlijks. Toen zijn moeder hem bij de geboorte aan de verpleegster gaf om hem te voeden, wilde hij zich niet aan andermans melk te voeden, maar alleen aan de melk van zijn moeder. Met de geboorte van Constantijn beloofden de goede ouders dat ze als broer en zus zouden leven, en zo leefden ze 14 jaar lang tot aan hun dood. Voordat haar man stierf, huilde Maria en zei:
- Ik betreur niets anders dan Constantijn: hoe zal hij zichzelf in het leven houden?
- Geloof me, vrouw, - antwoordde Leo, - ik hoop op God dat de Here God van hem zo'n vader en bouwer zal maken, dat hij alle christenen zal hoeden.
Toen hij zeven jaar oud was, had Constantijn een droom, die hij aan zijn ouders vertelde.
- Ik droomde, - zei Constantijn, - dat de gouverneur alle meisjes van de stad bij elkaar had geroepen en zei me: kies er één als bruid. Ik onderzocht en koos de mooiste van hen allen, met een stralend gezicht en versierd met veel gouden dingen en edelstenen, genaamd Sofia.
De ouders, hebbend begrepen dat de Heer aan de jongeling Sophia (Wijsheid) schenkt, d.w.z. de wijsheid van God, verheugden zich in de geest en met ijver begonnen ze Constantijn te onderwijzen niet alleen in het lezen van boeken, maar ook de goddelijke moraal - geestelijke wijsheid.
- Mijn zoon, - zeiden ze tegen Constantijn in de woorden van Salomo, - neem mijn geboden in acht en leef, en neem mijn onderricht in acht als je oogappel. Bind ze aan je vingers, schrijf ze op de tafel van je hart. Zeg tegen de wijsheid: Jij bent mijn zuster, en noem het inzicht je bloedverwant,' (Spreuken 7:1). Wijsheid schijnt helderder dan de zon, en als je haar als je helpster hebt, zal ze je van veel kwaad behoeden.
Ouders stuurden Constantijn voor onderwijs. Hij onderscheidde zich door een goed geheugen en verstand, zodat hij beter presteerde dan al zijn leeftijdsgenoten. Het volgende incident is hem overkomen:
Als zoon van rijke ouders ging Constantijn ooit met zijn kameraden op een valkenjacht. Zodra Constantijn zijn valk losliet, stond er een sterke wind op, die de valk wegvoerde naar niemand weet waar. Constantijn rouwde zo erg om de valk dat hij twee dagen lang niets at, zelfs geen brood. De menslievende Heer, die niet wilde dat de jongeman zo verdrietig was over de dingen van het leven, ving hem op met deze valk, zoals Hij heilige Eustachius ving met een hert. De heilige Constantijn dacht na over de geneugten van dit leven: “Wat voor leven is dit, waar vreugde altijd verdriet oproept? Vanaf vandaag ga ik een andere weg volgen, een betere dan deze, zodat ik de ijdelheid van het leven kan vermijden." Vanaf toen bleef hij bijna altijd thuis, en probeerde hij met grote ijver wetenschappen te bestuderen, vooral de leringen van de heilige Gregorius de Theoloog.
Constantijn had grote liefde voor deze heilige en kende veel van zijn leer uit het hoofd. Nadat hij een afbeelding van het heilige kruis op de muur had getekend, schreef hij een lofzang aan de heilige Gregorius onder dit kruis met de volgende woorden: “O heilige van God, Gregorius de Theoloog! Gij waart met het lichaam een mens, maar met uw leven – een engel, want uw lippen, zoals de lippen van de serafijnen, verheerlijkten God met lofprijzingen en verlichtten het universum met uw orthodoxe leer. Ik bid u, aanvaard mij, die u met geloof en liefde nadert, en wees mijn leraar en verlichter. "

Terwijl hij de boeken ijverig bestudeerde, zag Constantijn hoe onbeduidend zijn kennis was vanwege het gebrek aan een goede leraar, waardoor hij in grote moedeloosheid verviel. In hun stad woonde één persoon (een zwerver) die grammatica kende. Constantijn ging naar hem toe, smeekte hem, viel voor hem op zijn gezicht en zei:
- Doe een goede daad voor me: leer me grammatica.
De vreemdeling antwoordde dit:
- Jongen, vraag het mij niet. Ik heb beloofd niemand meer te onderwijzen.
Weer begon Constantijn hem met tranen te zeggen:
- Neem het deel van mijn vaders huis dat van mij is, maar leer het mij.
Maar ook dit overtuigde deze man niet. Toen ging Constantijn naar huis en hier begon hij vurig te bidden dat de Heer het verlangen van zijn hart zou vervullen en een leraar voor hem zou vinden. De Heer vervulde al snel zijn verlangen.
Op dat moment stierf koning Theophilus in het Griekse land, en zijn zoon Michaël begon te regeren met zijn moeder, de vrome koningin Theodora. Deze keizer bleef als een minderjarige na de dood van zijn vader, en drie edelen werden aangesteld als zijn opvoeders: de domesticus (5) Manuël, de patriciër (6) Theoctistus en de logothetis (7) Dromi, die de ouders van Methodius en Constantijn goed kende. Logothetis, die op de hoogte was van de successen en ijver van Constantijn, haalde hem op om wetenschappen te studeren samen met de jonge koning Michael, die de inspanningen van Constantijn zou imiteren. De jongeman verheugde zich in de geest en vertrok met vreugde, terwijl hij tot God bad met het gebed van Salomo: "God van de vaderen en Heer van barmhartigheid", - zo bad Constantijn, - "die de mens heeft gemaakt. Geef mij wijsheid die op Uw troon zit, en sluit mij niet uit Uw dienaren, want ik ben Uw dienaar en de zoon van Uw dienares. Laat me alles weten wat U behaagt, zodat ik zou werken mijn hele leven lang omwille van Uw naam. "

1 Leo V de Armeniër regeerde van 813 tot 820.
2 Michaël II Traulos regeerde van 820 tot 829.
3 Theophilus regeerde van 829 tot 842.
4 Olympus is in dit geval een berg in Klein-Azië, op de grens van Phrygië en Bithynië.
5 Domesticus is de hoogste militaire hoogwaardigheidsbekleder die constant aan het koninklijk hof woonde en het was zijn taak om de persoon van de keizer te beschermen.
6 Mensen van adellijke afkomst werden in de oudheid patriciërs genoemd.
7 Logothetis was verantwoordelijk voor de keizerlijke post, diplomatie en inlichtingen. In de 10e-11e eeuw fungeerde de houder ervan vaak als de eerste minister van het Byzantijnse rijk.
Bron