Nou had mijn moeder vroegah een goede vriendin die vrij nuchter en kritisch was. Ze hing ook geen geloof aan en was ook niet bepaald een goedgelovig tiepje. (i.i.t. dit persoontje

Enfin...
Op een dag beweerde zij bij hoog en bij laag dat ze een kabouter had gezien, tijdens een wandeling in het bos.
Natuurlijk hilariteit alom. En de vraag wat ze gedronken had en of ze misschien op wat verkeerde paddenstoeltjes had geknabbeld etc.etc.
Maar nee. Ze hield vol. Bloedserieus. Ze maakte er ook niet een bijzonder interessant verhaal van ofzo. Ze liep gewoon in het bos en zag een minifiguurtje die zij duidelijk herkende als kabouter.
En hier wordt het interessant... er waren mensen die stellig onmogelijk bleven zeggen of het belachelijk maakten enzo. Maar er waren er ook die gingen twijfelen en doorvragen en het serieus gingen nemen. Zij was niet iemand die dat zomaar zou verzinnen. Dus waar kwam het vandaan? Wat had ze dan precies gezien? Waarom dacht ze dat?
Zij was behoorlijk in haar wiek geschoten als mensen haar niet geloofden. Ze was toch niet blind of achterlijk. Vond het zelf ook ongeloofwaardig en raar.. maar jah...Ze had het met haar eigen ogen gezien.
Hoe werkt dat met getuigenverklaringen?
Hoe betrouwbaar zijn mensen als ooggetuigen?
Als er heel veel mensen verklaren ooggetuige te zijn geweest van een kabouter wordt het dan aannemelijker?
En interessant aan dit vraagstuk is (denk ik) dat hier de persoonlijke emoties een stuk minder zullen oprispen dan bij het goden vraagstuk. Waarom is dat?