Je schrijft daar:
In de eerste vertaling van de Tanach in het Grieks (Septuaginte, de eerste vertaling naar een vreemde taal ooit) vertaalden Joodse vertalers het woord "alma" als "maagd". Natuurlijk wisten ze heel goed wat ze aan het doen waren. Het is duidelijk dat een teken niet echt een teken kan zijn wanneer een van de getrouwde (of ongehuwde) vrouwen door natuurlijke copulatie zwanger wordt van haar man. Omdat het een gebeurtenis van het dagelijks leven is. En daarom zal er ook geen teken zijn in zijn naam "Emmanuel, God met ons." Ja, een persoon kan het altijd aan zijn kind geven, of een andere mooie naam geven ter herinnering aan een geweldige gebeurtenis, maar het heeft geen teken. Dus deze vrouw moet maagd zijn, of, als het een getrouwde vrouw is, een teken moet uit iets anders geweldigs, buitengewoons bestaan. Maar wat is het dan? Het is bekend dat in 2-3 jaar (de periode vanaf de geboorte, wanneer baby's meestal geen tekenen van moreel bewustzijn vertonen) na deze profetie en de veronderstelde geboorte van Emmanuel noch Syrië noch Israël door iemand verlaten waren (zoals wordt voorspeld door Jesaja in dit geval), noch door het volk, noch door hun koningen. Dus deze 'alma' zou een maagd moeten zijn, niet alleen een jonge vrouw. Trouwens, in de heilige Schrift staat er "הָעַלְמ", dat is "alma" met een artikel ha. Niet alleen een maagd, maar de concrete maagd. Dat wil zeggen de profeet één zekere en unieke Maagd bedoeld. Talmoedisch jodendom in zijn interpretaties erkent niet de maagdelijke geboorte van Yeshua of iemand anders; aan de andere kant weten de volgelingen van Brit Hadasha (Nieuwe Testament) wel van de maagdelijke geboorte van Yeshua ha Mashiah. In de 8e eeuw voor Christus voorspelde deze profetie een toekomstige gebeurtenis - de geboorte van de Messias (Emmanuel) uit het koninklijk huis van David - die als bewijs voor Ahaz en zijn familie zou moeten dienen dat zelfs in zijn huidige tijd het huis van David niet zal worden uitgeroeid. Het is een soort teken, wanneer de voorspelde belangrijke gebeurtenis dient als een bevestiging van de waarheid van de profetie over de kleine gebeurtenissen die plaatsvonden vóór de grote gebeurtenis. In dit geval bevestigt de profeet Jesaja zijn profetie over het overleven van Juda en het huis van koning David door de maagdelijke geboorte van Yeshua door Maagd Maria te voorspellen. Er zijn nog meer dergelijke voorbeelden in de Bijbel (En dat zij u een teken, dat men in dit jaar, wat van zelf gewassen is, eten zal, en in het tweede jaar, wat daarvan weder uitspruit; maar zaait in het derde jaar, en maait, en plant wijngaarden, en eet hun vruchten (Jesaja 37: 30); Hij dan zeide: Ik zal voorzeker met u zijn, en dit zal u een teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij dit volk uit Egypte geleid hebt, zult gijlieden God dienen op dezen berg (Exodus 3:12).
Maar Ahaz lijkt geen sterk geloof te hebben, dus dit teken zou moeilijk voor hem zijn om erin te geloven.
Ik schreef daar reeds dat Rabbi Yosef Mizrachi daar zo doorheen prikt. עלמה komt van de stam ajin-lamed-mem, een combinatie die slechts connotaties heeft met leeftijd. "Elem" betekent "jonge man". Een jonge man kan een violist, een bedrijfsleider en zo meer zijn, maar "elem" betekent gewoon "jonge man"; geen "violist", "bedrijfsleider", en zo meer. In Jesaja 7:14 staat "almah", de vrouwelijke variant van "elem" en dat betekent gewoon "jonge vrouw." Een jonge vrouw kan best een maagd zijn, maar "almah" betekent gewoon "jonge vrouw", vandaar dat de Gesenius zegt bij עלמה ''jonge vrouw of meisje van trouwbare leeftijd''. Daarbij zegt de Gesenius dat er eveneens een woord bestaat voor ''maagd'' en dat is betoelah (בְּתוּלָה), zie pagina 423:
Gesenius schreef: בְתוּלָה a damsel that is a virgin, Dt 2223, 28, Ju 44, 191, 2112, 1 S 3017, 1 K 12; cf. Gn 138, 2120 (where, however, קַשָּׁת is probably an explanatory gloss); Ex 245 (1 S 1115), 2 S 1516, 1 K 316, 529 (but probably סֵ֫בֶל should be read instead of סַבָּל); Is 324 (unless מַֽעֲשֵׂה is to be read), Jer 201. Perhaps also כֹּחֵן הָרֹאשׁ the priest (who is) the chief man, 2 K 2518, &c.; others take כֹּהֵן as constr, st.—In 2 S 107 read כָּל־צְבָא הַגִּבּ׳ with the LXX, as in the parallel passage 1 Ch 199 for כָּל־צָבָא הַגּ׳, which is evidently meant to refer to the reading in 2 S.
De constructie ha-almah staat eveneens vermeld in Jesaja 7:14 van de Dode Zeerollen van ver voor het Christendom en wordt daarnaast ook vermeld door de Targoemiem.
Dit woord is in het koine Grieks met het woord παρθενος vertaald in de LXX, wat eveneens ''jonge vrouw'' kan betekenen (de LXX laat bijv. in Genesis 34:3 zien dat Dinah, na te zijn verkracht door Sj'chem nog παρθενος wordt genoemd), maar vooral de betekenis ''maagd'' kan krijgen. Pas door de vertaling in het Grieks werd de deur geopend voor het NT om te suggereren dat Jesaja 7:14 over een maagd zou gaan.
Uit Jesaja 7 valt duidelijk op te maken dat het een teken (אות) betreft aan het adres van Achaz (de Koning van Jehoedah) en zijn mensen i.v.m. de dreigende nederlaag tegen Pekah (de Koning van Israel) en Rezin (de Koning van Aram). Omdat Koning Achaz weigert een teken te noemen, noemt God een teken. De context roept om een immanent teken en er kan werkelijk nergens uit afgeleid worden dat het een maagdelijke geboorte honderden jaren later zou betreffen. Lees slechts één zin verder om te zien hoe deze Immanu’el wordt beschreven in Jesaja 7:15:
Jesaja 7:15 schreef:Boter en honing zal Hij eten, totdat hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede.
Boter en honing eten is een vrij kostbare aangelegenheid. En weer één zin verder in Jesaja 7:16:
Jesaja 7:16 schreef:Zekerlijk, eer dit knechtje weet te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede, zal dat land, waarover gij verdrietig zijt, verlaten zijn van zijn twee koningen.
Hier zie je dat er weer gerefereerd wordt naar de dreigende nederlaag tegen de twee Koningen: Pekah (de Koning van Israel) en Rezin (de Koning van Aram). De vervulling van deze profetie staat helder beschreven in 2 Koningen 16:9 en in 2 Koningen 15:29-30:
2 Koningen 16:9 schreef:Toen zond Achaz boden naar Tiglath-Pileser, de koning van Assur, om te zeggen: Ik ben uw knecht en uw zoon; trek op en verlos mij uit de macht van de Koning van Aram en uit de macht van de Koning van Israel, die tegen mij zijn opgetrokken. Achaz nam het zilver en goud, dat zich bevond in het huis des Heren en in de schatkamers van het koninklijk paleis, en hij zond het als een geschenk aan de koning van Assur. En de koning van Assur gaf hem gehoor; de koning van Assur trok op tegen Damascus, nam het in en voerde de bevolking in ballingschap weg naar Kir; en Rezin bracht hij ter dood.
2 Koningen 15:29-30 schreef:In de dagen van Pekah, de Koning van Israel, kwam Tiglath-pileser, de koning van Assur, en veroverde Ijon, Abel-Beth-Maacha, Janoah, Kedes en Hazor, Gilead en Galilea, het hele land van Naftali; en hij voerde de bevolking in ballingschap naar Assur. En Hosea, de zoon van Ela, smeedde een samenzwering tegen Pekah, de zoon van Remalia; hij sloeg hem dood en werd koning in zijn plaats in het twintigste jaar van Jotham, de zoon van Uzzia.
En als klap op de vuurpijl komt deze Immanu’el inderdaad in het volgende hoofdstuk ter sprake binnen de context van een dreigende nederlaag, waarmee Koning Rezin bij naam in verband wordt gebracht:
Dewijl dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en den zoon van Remalia; Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrie en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers;En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuel! (Jesaja 8:6-8)
Dat Christenen het vervolgens een 'dubbelprofetie' noemen, betekent dat men teruggrijpt op een concept dat nergens in de T'NaCH voorkomt.
Zionisme: de succesvolle herovering van wat van ons is – rechtvaardig, onvermijdelijk, onmiskenbaar.