
De heilige Eudokia (Eudoxia) was een Samaritaanse van grote schoonheid, die in Heliopolis van Fenicië een succesvolle carrière had opgebouwd als courtisane en daarmee grote rijkdommen had verworven. Toch moet er iets in haar geweest zijn dat onbevredigd bleef in dit leven van lust en weelde.
Eens was zij vroeg naar bed gegaan maar te middernacht werd zij wakker door een mannenstem die aan het zingen was. Eerst maakte zij zich kwaad, maar zij werd getroffen door sommige woorden zodat zij ging luisteren. En toen hoorde zij hoe in wonderbare poëzie de lof gezongen werd van een haar onbekende God. Zij hoorde ook hoe de zondaars voor Gods aangezicht geoordeeld zullen worden en zij werd bevangen door berouw over haar verleden, door schaamte over haar tegenwoordige levenswandel en door vrees voor wat de toekomst brengen zou.
De stem kwam uit het open venster van het aangrenzende huis en de volgende morgen deed zij onderzoek naar wat daar gebeurd was. Het bleek dat een zekere monnik, Germanos, op doorreis op bezoek was bij een oude bekende, en dat hij volgens zijn gewoonte te middernacht luidop zijn gebeden had verricht. Zij vroeg hem op bezoek en om het gesprek te openen zei hij bij het zien van de kostbare woninginrichting, dat haar man wel bijzonder rijk moest zijn om zich dat te kunnen veroorloven. Rood van schaamte bekende zij toen dat zij geen man maar wel vele minnaars had. En spontaan riep Germanos uit: ‘Arm kind, je zou toch veel gelukkiger zijn wanneer je hier op aarde maar weinig had en daarna een eeuwig leven in vreugde en heerlijkheid, in plaats van ellendig onder te gaan in een eeuwigdurende dood?’ ‘Is uw God dan zo hardvochtig dat hij ons geen rijkdom gunt?’ ‘Neen, maar alleen wat onrechtvaardig verkregen is.’ En hij stelde haar voor de zaak ernstig te overwegen onder vasten en gebed.
Zij liet toen haar huis sluiten alsof ze naar haar villa op het land vertrokken was, vroeg een priester haar te onderrichten‚ trok ruwe kleren aan en bleef zeven dagen zonder eten. ln haar verzwakte toestand zag zij in een visioen hoe een engel haar meenam naar de hemel, waar iedereen vol vreugde op haar toesnelde om haar te begroeten. Maar een afschuwelijke schaduw kwam haar opeisen als eigendom van de hel omdat zij het instrument was geweest van de ondergang van zovelen. Maar uit het onzegbare licht kwam een stem die zei:
‘God wenst de dood van de zondaar niet, maar dat deze zich bekeert en leeft’. En de engel bracht haar terug en zei: ‘Er is vreugde in de hemel over een zondaar die zich bekeert’.
Na de gewone tijd van voorbereiding en onderricht werd Eudokia gedoopt. Zij maakte een uitvoerige lijst op van al haar bezittingen en droeg die over aan de bisschop om ze onder de armen te verdelen. Zelf ging zij in haar doopkleed naar het zusterklooster dat onder de hoede van de oude Germanos stond. Dit witte kleed bleef zij dragen tot aan haar dood, alleen trok zij er in de winter een jutezak overheen tegen de koude.
Haar bekering baarde natuurlijk groot opzien in de stad. Een van haar jonge minnaars wist onder valse voorspiegelingen tot haar door te dringen en begon haar te smeken dit armoedige leven te verlaten en naar Heliopolis terug te keren waar heel de stad op haar wachtte. Maar Eudokia wist dat zij het beste deel had gekozen, en de jongeman verliet haar, diep geschokt in al zijn zekerheden.
Daarna brak de vervolging onder Valerius uit en Eudokia werd in haar klooster met het zwaard omgebracht, in de tweede eeuw. (De datum is volgens het Griekse mineon. ln die tijd waren er echter nog geen kloosters in de tegenwoordige zin van het woord.)
De heilige Antonina leefde in Nicea tijdens het bestuur van Maxentios. Toen zij als christen gevangen werd genomen, weigerde zij wierook te offeren aan de goden. Daarom werd zij op de pijnbank verscheurd en vervolgens verdronken in een moeras bij Zia, in het begin van de 4e eeuw.
De heilige Domnina uit Kyros in Syrië‚ leefde in een hutje in de tuin van haar rijke ouders, niet ver van de kerk, waar zij alle diensten meebad: vespers, middernachtgebed en de metten. Zij was uitgemergeld door het voortdurende vasten en verborg altijd haar gelaat dat zij aan niemand toonde, en zij keek ook nooit iemand aan maar bad onder tranen. Monniken die haar kwamen opzoeken stuurde ze naar bisschop Theodoritos, waar ze gastvrijheid ontvingen. Zij zorgde ook voor arme reizigers die door de stad trokken, en uit het vermogen van haar ouders gaf zij aalmoezen‚ totdat zij stierf in 460. Haar leven is beschreven door de reeds genoemde bisschop Theodoritos,
https://orthodoxasten.nl/evenementen/he ... e-dag-421/