25 september

De heilige Sergios van Radonesj, een van de meest geliefde Russische heiligen. Hij was geboren nabij Rostov in het jaar 1313. Zijn doopnaam was Bartholomeos, en als kind kon hij slecht leren, terwijl zijn beide broers veel knapper waren. Smekend bad hij dagelijks dat hij toch ook verstand zou krijgen. Eens had zijn vader hem uitgestuurd met een opdracht, en onderweg ontmoette hij een oude monnik die stond te bidden onder een boom. De jongen was gefascineerd, maakte een buiging en bleef staan wachten tot de monnik zijn gebed beëindigd had. Deze zag in zichzelf de toekomstige grootheid van dit kind. Hij riep hem bij zich, omhelsde hem en vroeg wat hij wilde. De jongen barstte uit dat hij niets liever wilde dan kunnen lezen en schrijven, en hij smeekte de monnik daarvoor voor hem te bidden. Toen hief deze zijn ogen en handen omhoog in gebed, zuchtte, bad en besloot met “Amen”. Vervolgens pakte hij eerbiedig een tasje dat hij aan zijn riem had, nam er een stukje prosfora uit, en gaf het de jongen te eten, met de woorden: “Eet dit, kind, als teken van Gods genadegave voor het verstaan van de Heilige Schrift. En proef hoe zoet dat is”. En het kind antwoordde met het psalmvers: “Hoe zoet is Uw woord voor mijn gehemelte, zoeter dan honing in mijn mond”. De monnik bevestigde dit en sprak ernstig met hem over geestelijke zaken.
Bartholomeos smeekte hem mee te komen naar zijn huis, waar hij gastvrij zou worden ontvangen. Hij ging dus mee en werd eerbiedig begroet. De ouders nodigden hem aan tafel maar hij zei dat ze eerst samen zouden bidden. Zij gingen dus naar de iconenhoek; de monnik zei het openingsgebed en vroeg Bartholomeos de psalmen te lezen. De jongen zei dat hij niet kon lezen, maar de ander drong aan en gaf hem de zegen. Toen las de jongen met uitstekende klemtonen, of hij nooit iets anders gedaan had, en van dit ogenblik af kon hij alles lezen, zodat allen God verheerlijkten. De monnik zei nog dat deze jongen groot zou zijn voor God en de mensen, dat hij een geestelijk leidsman zou worden, dat hij een woonplaats zou zijn van de heilige Drie-eenheid. Toen verdween hij uit hun ogen zodat men zei dat het een engel was geweest. Van nu af bleek welk een briljant verstand Bartholomeos bezat, en zijn studieresultaten overtroffen die van al zijn leeftijdsgenoten.
De jongen leidde een ingetogen leven, en hij was nog geen 12 jaar oud toen hij streng begon te vasten, tot verontrusting van zijn ouders, maar hij wist hen gerust te stellen. In deze tijd verhuisde het gezin ook naar Radonesj. Zijn broers stichtten een gezin, maar Bartholomeos wilde monnik worden. De ouders waren intussen oud en zwak geworden en zij smeekten dat hij bij hen zou blijven om voor hen te zorgen. Dit deed hij tot zij in hun laatste jaren zelf in het klooster gingen, waar zij stierven. Intussen was ook de vrouw van zijn broer Stefan gestorven.
Nu trok hij samen met zijn broer Stefan weg van huis, en zij zochten een verblijfplaats in het dichte woud van Radonesj, met als enige gezelschap de wilde dieren (waaronder grote beren), ten prooi aan de felle koude van de Russische winter, en vaak op het randje van de hongerdood. Maar zij bouwden een hut en een kerkje dat toegewijd werd aan de heilige Drie-eenheid, volgens het woord van de monnik-engel. Stefan kon echter de hardheid en eenzaamheid van dit leven niet verdragen. Hij ging naar Moskou in het Theofanieklooster, waar ook Alexis, de toekomstige heilige patriarch, leefde.
Bartholomeos bleef alleen in het woud en kwam tot steeds vuriger gebed. Toen hij 23 jaar oud was. werd hij door een bezoekende monnik gewijd op de 7e oktober, de feestdag van de heilige Sergios en Bakchos. Daarom kreeg de nieuwe monnik de naam Sergios. Daarna leefde hij weer verder in volstrekte eenzaamheid. Hij moest zijn vrees afleggen voor de wilde dieren die hem ‘s nachts en overdag kwamen bezoeken. Sergios sloot vriendschap met een grote beer, met wie hij zijn maaltijd deelde, en aan wie hij soms zijn laatste brood gaf zodat hij dan zelf niets te eten had, omdat hij het dier, dat in vertrouwen tot hem kwam, niet wilde teleurstellen.
Nadat hij zo twee jaar had geleefd, kwam er een twaalftal broeders die zich onder zijn leiding wilden stellen. Sergios had de eenzaamheid gezocht, maar hij stelde zich open voor Gods wil en verwelkomde hen met vreugde. Hij liet ieder een eigen cel bouwen om daar te bidden, te lezen en te mediteren, terwijl ze gezamenlijk de heilige diensten vierden in het kerkje. Zij bouwden een omheining rond hun leefgebied, er werden gastencellen gebouwd, het terrein werd van boomstobben ontdaan en omgewerkt tot een moestuin. Zo groeide er een klooster. Sergios zelf, met zijn sterke lichaam, werkte voor twee. Hij bouwde, dorste graan, bakte brood, kookte, maakte schoenen en kleding, haalde water aan de bron en bracht het aan de cellen. De nachten bracht hij biddend door, vrijwel zonder slaap, en hij leefde uitsluitend op wat brood en water. Nooit liet hij de tijd ledig voorbijgaan. Ook toen hij steeds meer werkzaamheden aan anderen moest overlaten bleef hij zelf het heilige brood bakken voor de Goddelijke Liturgie, en maakte hij zelf de kolywa voor de Gedachtenis- diensten.
Toen hun geestelijke vader, die bij hen was komen wonen, gestorven was, ging Sergios de bisschop om een hegoumen vragen. Deze maakte hem toen hegoumen, met beroep op de gehoorzaamheid, want Sergios verzette zich eerst sterk tegen dat denkbeeld. Toen werd hij in drie dagen tot subdiaken, diaken en priester gewijd, en daarna tot hegoumen benoemd. Zo werd hij teruggezonden naar zijn klooster.
De eerste jaren bleef hun groepje min of meer constant in aantal, maar op geheimvolle wijze verspreidde zich de faam van Sergios’ heiligheid en er kwamen steeds meer leerlingen die bij hem wilden blijven. ln de lange winteravonden deed de heilige Sergios, nadat zijn gebedscanon volbracht had, de ronde langs de cellen. Ieder behoorde dan te bidden of een karweitje op te knappen of te lezen, maar als hij hoorde dat men met elkaar aan het praten was, dan bonsde hij op de deur of op het raam, om te waarschuwen, en de volgende ochtend sprak hij dan weer, dringend over de monastieke plichten.
Sergios bouwde eigenhandig van ruwe boomstammen de kerk, gewijd aan de heilige Drie-eenheid, die het middelpunt zou worden van het grootste, beroemdste en rijkste klooster van geheel Rusland, de Troitski-Laura‚ waarvan het lot onverbrekelijk verbonden zou blijven met dat van de hoofdstad. Maar de eerste monniken leefden daar in bittere armoede, terwijl er zelfs vaak gebrek was aan het dagelijkse levensonderhoud. Maar Sergios verbood de monniken om ergens eten te vragen. In de kerk dienden brandende kienspanen voor de verlichting. Papier was te kostbaar, er werd geschreven op lappen berkenbast. De gewaden waren van grof linnen, het altaargerei was van hout.
Eens had Sergios sinds drie dagen geen eten meer gehad. Toen werkte hij een gehele dag bij een van de oudere monniken aan een betere toegangsweg voor diens cel, in ruil voor een stuk beschimmeld brood, want ieder had toen zijn eigen voorraad; het echte gemeenschapsleven begon eerst later, op, aanbeveling van de patriarch van Konstantinopel. Wanneer de broeders, verzwakt door de honger, begonnen te klagen, hield de heilige hun voor dat Gods genade noodzakelijk beproevingen met zich brengt, maar dat er daarna vreugde komt En inderdaad werden er drie dagen lang levensmiddelen gebracht als spontane gift van vrome leken uit de streek. Maar voordat men dan begon te eten, werd met het simandron eerst de broederschap bijeengeroepen voor een gezamenlijke dankdienst in de kerk. En op zulke ogenblikken werd de gemeenschappelijke refter gebruikt.
Dit duurde zo 15 jaar; toen begonnen er zich leken in de buurt van het kloostertje te vestigen, zodat het woud uit de omtrek verdween. Er kwam gebrek aan water en men vroeg de heilige waarom hij zijn klooster niet volgens de gewoonte bij een rivier had gebouwd. Maar hij zei dat hij geen klooster had willen stichten doch in de eenzaamheid leven, en dat Gods wil er nu een klooster van had gemaakt. Daarna ging hij met een van de broeders naar een kloof naast het klooster. Daar had zich een plas regenwater verzameld. Sergios knielde neer en bad, zegende de grond, en plotseling kwam er water uit de grond opwellen als een blijvende bron tot op de dag van vandaag.
Deze van de wereld afgesloten monnik oefende een wijde invloed uit Hij was de raadsman van de metropoliet‚ de heilige Alexis van Moskou, zowel als van vele vorsten. Hij bemiddelde bij onderlinge twisten, wist de vrede te bewaren en de onderlinge eenheid te versterken, en de heilige Sergios werd ook daardoor een weldoener voor geheel Rusland. Zijn klooster werd allereerst een middelpunt van geestelijk leven. Monniken uit de laura stichtten her en der nieuwe kloosters, waarvan vaak ook een grote uitstraling uitging. Het theologisch onderricht van de heilige Sergios over het wezen van de goddelijke Drie-eenheid in de onderlinge verbondenheid van de goddelijke Personen gaf vorm aan het geestelijk leven van het christelijk Rusland. De door een monnik van de laura, Andreas Roebljov, geschilderde icoon van de heilige Drie-eenheid is daarvan wel de meest verheven uitdrukking.
Telkens weer wordt overal in Rusland de ontmoeting uitgebeeld tussen de oude monnik en de jonge prins, Dimitri, om de zegen te ontvangen voor de wanhopige strijd tegen de Tartaren, met de voorspelling dat hij de zege zou behalen over de onuitputtelijke macht van de Aziatische horde, die als een sprinkhanenplaag over het Russische land was getrokken en slechts kaalgevreten verwoesting en ongeluk achter zich liet. Er vochten op verzoek van Dimitri zelfs twee monniken mee, vroegere bojaren‚ die een maliënkolder hadden aangetrokken over hun monnikskleed, en een van hen begon de slag door een duel met een reusachtige Tartaar. De heilige Sergios bad de hele dag in de kerk. De slag werd gewonnen op de Kulikovovlakte (bij de Don) en de prins leeft voort in de geschiedenis als de heilige Dimitri Donskoi. Het was het glorieuze begin van een strijd, die met wisselend succes zou worden gevoerd, maar die volgehouden werd totdat de macht der Tartaren gebroken was en Rusland een vrije natie werd.
De heilige Sergios bereikte een hoge leeftijd, tot hij stierf in 1392, bijna tachtig jaar oud, te midden van de klaagzangen van zijn tijdgenoten. ln 1428, werd hij door de Kerk heilig verklaard.
Zijn heilig lichaam werd het middelpunt van een steeds groeiende verering tot in de revolutie het klooster gesloten werd en het lichaam in een godlozen-museum werd geplaatst om bespot te worden. Maar toen in de Tweede Wereldoorlog de steun van het volk nodig was, werd het klooster heropend en het lichaam van de heilige Sergios teruggebracht, en het is weer het brandpunt van warme liefde als vanouds. Dag en nacht wordt er dienst gehouden, en altijd zijn er nieuwe pelgrims aanwezig om hun noden en hun dank voor te leggen aan Ruslands grootste heilige.
https://orthodoxasten.nl/evenementen/he ... e-dag-279/

de bekering van een gevangenbewaarder door Paulus en Silas